Whalewatching in Husavik
Vandaag ben ik naar Husavik gegaan om walvissen gezien. Met een klein kotterje dat eerst heeft dienst gedaan als walvisvaarder, de zee op. Het stormde een beetje en er was een grote deining maar wel zon.
Het was echt heel mooi. De bultruggen hebben we van minder dan 5 meter langs de boot gehad. Ze gaven een echte show met klappen met hun staarten op het water. De foto´s komen later omdat ik weer niet kan uploaden. Verder dolfijnen en papagaaiduikers gezien. Het was echt IJslands weer en ik kon me voorstellen hoe men vroeger de zee op moet zijn gegaan. Ik heb weer helemaal genoten. Zo weer een stukje van mijn reis. Tot de volgende keer.
Myvatn
Als ik opsta is het slecht weer. Maar goed, met de fiets er op uit. Allerlei natuurverschijnselen bekijken waar Myvatn rijk aan is, kraters, lavavelden, solvatorvelden. Dat ik steeds vaker haast van mijn fiets word geblazen is een bijkomstigheid. Ik heb nu natuurlijk ook geen bagage bij me en ben zo licht als een veertje. Toch is het allemaal facinerend.
Terug op de camping steekt er weer een aardige storm op. Die blijft de rest van de dag en de verdere nacht door razen. Om mij heen vallen tentjes als rijpe appels plat. Maar mijn tentje doorstaat zijn tweede krachtmeting.
Leuke bijkomstigheid is dat met de storm er geen muggen zijn.
Van Hallorstadum via Eglisstadir naar Myvatn
Vanmorgen vroeg opgestaan. Er stond veel wind maar gelukkig voor mij de goede kant op. De 26 km naar Egilsstaðir was dan ook binnen twee uur gemaakt. Ik heb me voorgenomen om de weg tussen Egilstaðir en Myvatn niet te fietsen. het is dwars door het binnenland.
Ik kom ruim op tijd en kan nog boodschappen doen. Zo vertrek ik om 13.00 naar Myvatn. We rijden door een maanlandschap, onwezenlijk. Het is een wonder dat hier bloemetjes kunnen bloeien en schapen kunnen grazen.
Twee uur later ben ik in Myvatn (Muggenmeer). Die zoemde meteen bij het uitstappen van de bus om me heen. Gelukkig zijn ze van een soort dat niet prikt. Ik zet mijn tent op op een mooie camping aan het meer en neem eerst een heerlijke douche. Ik zal hier drie dagen blijven om al het moois dat hier in de buurt is te zien. Ik moet zeggen dat ik ontzettend geniet van deze vakantie. En het weer valt me echt 100% mee. Misschien lijkt het dat ik veel regen heb maar de zon laat zich toch elke dag zien en soms heel nadrukkelijk. En ik zit tenslotte in IJsland en niet aan de Cote d´ Azur. Tot de volgende keer.
Breidalsvik - Hallorstadum
Vanaf Breiðdalvik gaat er een mooie weg naar Eglistadir, het hoofdstad van het oosten. Met een stralende zon en de wind in de rug ga ik moedig op weg de 90 km vanvandaag te overwinnen. dat het echt een overwinning zou worden wist ik toen nog niet.
Dat blijkt na ongeveer 35 km. Voor me ligt een bergmuur en als ik heel goed kijk zie ik een weg er heel stijl tegenop gaan. Maar ik heb geen keus en dus maar ik me klaar voor de strijd. mp3-speler op en gaan.
Dat het 8 km meer wandelen dan fietsen wordt durf ik nu wel te zeggen. Eerst als ik aan het naar boven zwoegen was en ik zag in deverte een bus of auto aankomen ging ik stilstaan en genoot even van het uitzicht of dronk uit mijn flesje. Maar op een gegeven moment was mijn flesje leeg en zag ik dat het eigenlijkverstoppertje spelen was. Ik hoefde me toch niet te schamen..... Dus van dan af bleef ik lekker zwoegen ook al passeerden er weet niet hoeveel auto´s.
Boven op de "Col du Breiðalvikheiði" Kwam ik een andere fietser tegen, we begroette elkaar en zeiden dat we beide nu het zwaarste hadden gehad. Het uitzicht maakte trouwens alles weer goed.
De weg naar beneden was lang en heel glooiend. Het was een hele klus om goed op de weg te letten want het asvalt heb ik al lang achter me gehouden.
Als ik trouwens in Nederland zou fietsen zoals ik soms hier fiets, zou ik worden opgepakt omdat men zou denken dat ik een slok teveel op zou hebben. Het is een hele kunst om alle kuilen te ontwijken.
Na een lange dag kwam ik in Hallormstaðir aan. De plaats waar in Ijsland nog bossen staan. En onder een boompje heb ik op een overvolle camping gestaan. Het leek wel of heel IJsland voor die plek had gekozen. Maar slapen doe je heel goed na 90 overwonnen km.
Met mijn tentje in de storm
Vroeg vertrokken uit Höfn. Het was stralend weer. Een hele mooie tocht langs de eerste fjorden van het oosten. Met een wind in de rug werden de 35 km van vandaag gauw gefietst. Ik wilde nog wat wandelen in het gebied van de Lonsoræfi. Dat moest heel mooi zijn. Maar weer in Ijsland kan heel snel omslaan en toen ik er aankwam begon het natuurlijk...... te regenen. Verder rijden was geen optie. de volgende camping was 80 km verder. Dus dan maar naar de camping op zoek.
Die vond ik gauw maar was echt aftans en leeg. Maar ik had geen keus. Het begon ondertussen wat harder te waaien dus zette ik mijn tent gauw op. Daar zat ik dus, het begon ook nog te regenen. Herhaaldelijk kwamen er mensen met campers het terrein oprijden maar die gingen weer weg. Ikging me maar voor bereiden op een nacht alleen. Tot dat het 8 uur was en ineens er drie IJslandse familieshun kampement opsloegen.
Ondertussen begon het steeds krachtiger te waaien. Ik controleerde mijn tent en één van de mannen zei me dat mijn tent het wel zou houden.
De nacht is heel lang geweest, soms dacht ik echt met tent en al de lucht in te vliegen. Maar mijn Alpha Coleman hield het werkelijk heel goed. Met mijn mp3-speler kon ik echt "overleven". Alle dingen die ik hoorde gaven me het gevoel een beetje thuis te zijn. Dat het een echte storm/orkaan was, was ook te merken toen er halve wege de nacht een windstilte van een uur was en daarna de storm weer in alle hevigheid terug was. Maar goed, ook dit hoort er allemaal bij.
Rusdag in Hรถfn
Jokulsarlon - Hรถfn
Om 7 uur begint de camping altijd te leven. Langzaam begint ieder op te staan, zijn tent op te bergen, koffie te zetten en te vertrekken. Er is een grote verbandenheid want je bent allemaal op weg. Om 9 uur vertrok ik en had vandaag als doel het gletschermeer Jökulsarlon. De ochtend was weer stralen maar ergens begin ik wel te wennen dat dat in de loop van de dag wel eens kan veranderen. En ja hoor na 25 km toen ik de hoek om ging om van het zuiden richting het oosten te gaan had ik weer dat fantische regenfront voor me. Alles werd weer uit mijn tassen gehaald en op weg. Had ik de eerste dag 15 km regen, de tweede dag 25 km regen dan is het vandaag 30 km geweest. Maar toch het is het allemaal waard, ik heb er vandaag zelfs van genoten. Om half 3 kwam ik bij de Jökulsarlon aan. Dit meer is onderaan een glescher en er brokkelen constant stukken af dus drijven er allemaal ijsschotsen in. Heel mooi. En er zwommen heel veel zeehonden tussen door.
Ik was toch wel heel moe en ik begreep dat er voor morgen een regenfront aankwam. Ik had geen moed meer nog naar een camping te fietsen die 15 km verder lag en besloot dat ik de bus van half 4 nog naar Höfh kon nemen. In de bus zatten een aantal backpackers die ik al had ontmoet in Skaftafell.
Binnen het uur zat ik in Höfn. Ik besloot er twee nachten te blijven omdat ik nodig een was zou moeten doen en behoefte had aan een dagje rust, het is tenslotte vakantie. ´s Avonds wat gesproken met een Nederlands stel dat de route met de klok mee doet en een duits-italiaans stel dat heel IJsland met de bus doet. Ik ben in mijn hele gezicht trouwens aardig verbrand en mijn handen zijn al pik zwart. Nee, als ik hoor hoe heet het in Nederland is dan zit ik hier heeeeeeeel goed.
Een kopje Douwe Egberts op weg naar Skaftafell
Hallo allemaal, het gaat allemaal heel goed. Vanuit Kirkjubærklaustur met een stralende zon vertrokken. Het was echt genieten. Aan de ene kant de bergen en aan de andere kant de oceaan. Ik had een heerlijk windje in de rug en met korte broek en korte mouwen was het fris maar heerlijk. Na ongeveer 25 km had ik behoefte aan een kopje koffie.Ik zageen parkeerplaats en besloot daar te stoppen. Op de parkeerplaats stond een Nederlands busje. Een echtpaar begroette me en toen ze hoorde dat ik ook Nederlandse was werd ik lekker op de koffie uitgenodigd. Een echt Hollands bakkie Douwe Egberts, vers gezet.
We hebben een uurtje daar gezeten en het werd een geanimeerd gesprek. Karin en Jan, want zo heetten ze, kwamen uit Amsterdam en dat was ook wel echt te horen. Met foto´s nemen namen we afscheid.
Ik bekeek even het kerkje in Núpastaður, een kerkje nog kleiner dan mijn slaapkamer met gras op het dak. Ik reed weer verder. Voor me lag de Skeidarásanður. Een grote spoelvlakte van de Vatnajökul, 29 km lang. En voor me niet alleen die eindeloze vlakte maar ook een dik regenfront. Alles werd aangetrokken, mp3-speler, om te "overleven"opgezet en met het verstand op nul en een blik op oneindig ging ik de uitdaging aan. Geen plaats om te schuilen, wind tegen. Het is een aardige krachtmeting geweest van 3 uur lang maar dat is zo vergeten als je in Skaftafell aankomt. Een nationaal park. Op de camping dropen langzaam alle andere verzopen fietsers binnen. En toen brak de zon door. Dat was echt een cadeautje.
Na een heerlijke pasta maaltijd ben ik nog een wandeling van anderhalf uur gaan maken naar Svartifoss, een waterval die over een basaltblokken muur valt. Heel imposant.
En toen vroeg naar bed, wat slaap je dan goed.